Leve de (gulle) vrek

Een editie van de VrekkenkrantToen ik als 18-jarige op kamers ging, gaf mijn moeder me als grap (‘handig voor de arme student!’) alle gebundelde edities van de Vrekkenkrant. Begin jaren negentig verscheen dit blad welgeteld 28 keer, zwart-wit geprint, boordevol bezuinigingstips die abonnees instuurden, meestal ondertekend met initialen of schuilnamen als ‘een glunderend vrekje’.

Dertien jaar later, nog steeds betalend voor de duizenden euro’s die ik in mijn studententijd achteloos leende, heb ik er spijt van dat ik de Vrekkenkrant toen slechts wat nonchalant doorbladerde. Niets per se vanwege de tips, maar vanwege de mindset: consumeer niet meer dan je nodig hebt, wees zuinig op je spullen én schenk aan anderen wat je kunt missen.

Dat laatste wordt nog wel eens over het hoofd gezien. Wie denkt aan een vrek, ziet iemand voor zich die zijn centen onder het bed stopt, niet in de hand van een zwerver of de gleuf van een collectebus. En dat terwijl initiatiefnemers Hanneke van Veen en Rob van Eeden zuinigheid propageerden als oplossing van milieuproblemen en sociale ongelijkheid. Besparen op onnodige prullaria om vervolgens met dat geld iets goeds te doen.

Het boek is helaas niet meer in druk, maar vast wel ergens tweedehands op de kop te tikken. Ik selecteerde enkele van de handigste, opmerkelijkste en vooral grappigste tips voor de ware vrek:

  • Pas op alles wat je maar kunt bedenken het halveringsprincipe toe. Gebruikt de helft van je gebruikelijke hoeveelheid shampoo, tandpasta of wasmiddel. Merk je daar niets van? Halveer de hoeveelheid dan nog eens.
  • Stamp voordat je een rol wc-papier ophangt even hard op de rol. Nu draait deze met horten en stoten, zodat je minder snel een lange sliert afscheurt.
  • Als je lippenstift tot aan de plastic houder op is, draai je hem zo ver mogelijk terug en gebruik je hem op met een wattenstaafje.
  • En nog een voor vrekkinnen: komt er een ladder in je panty, knip dan het gehavende been eraf en wacht tot ook een andere panty ‘laddert’. Twee halve panty’s maken een hele. Vooral fijn in winter, wanneer de dubbele broekjes extra isolatie bieden. Hebben de panty’s een andere kleur? Kook ze samen 15 minuten lang in een pannetje water.
  • Koop één mooi bedrukt hoeslaken, haal dit uit elkaar en maak er twee hoeslakens van door aan de andere kant de helft van een oud, gebruikt laken te naaien. Die achterkant zie je toch niet als het op bed ligt.
  • Schaf een pannenlikker aan om pannen, beslagkommen en potten perfect leeg te krijgen. Bespaart ook heel wat schrobben tijdens het afwassen.
  • Wil je van iets kleins (bijv. een brief) tot op de gram precies het gewicht weten, maar heb je geen digitale weegschaal, leg het dan op de weegschaal in de supermarkt.
  • Hergebruik kaarten door de beschreven kant met een stanleymes af te snijden. Verstuur je zelf een dubbele kaart, schrijf je wens dan op een los inlegvelletje, zodat de ontvanger de kaart kan hergebruiken.
  • Maak in de winter je eigen vetbolletjes voor de vogels: Leg oud volkorenbrood in goedkope (zonnebloem)olie. Vul met het brood een leeg uien- of knoflooknetje en hang dat in een boom.

Meer tips vind je in het tijdschrift Genoeg, de ‘glossy’ voortzetting van de Vrekkenkrant. Dat blad lees je natuurlijk gratis in de bieb! ;-)

Wit met rood

Een dode meeuw op de Prins Hendrikkade, overreden door een busMidden op de Prins Hendrikkade staan twee grote meeuwen te trekken aan een plastic zak met brood, die iemand waarschijnlijk achteloos op straat heeft gegooid. Of wie weet hebben ze hem uit een van de vuilniszakken gegrist die zaterdagochtend aan de kant van de weg staan. ‘Klak-klak-klak-klak’ doen ze tegen de duiven die het hapje ook hebben ontdekt.

Eten is er nog niet bij, want de zak wil maar niet open. In de verte zie ik (het stoplicht kleurt groen) een colonne auto’s en bussen optrekken. De eerste auto zoeft vlak langs de dieren. Dan komt de stadsbus. De meeuwen kijken brutaal en afwachtend op. Eén meeuw heeft weten te ontsnappen, zie ik een seconde later, de ander ligt plat op de weg. Wit met rood, rood met wit. En een beetje geel van een gekromde snavel.

Ik heb (als enige?) het tafereel gadegeslagen, maar niets gedaan. Of kunnen doen. Emoties vechten om voorrang. Stomme meeuwen! Bekvechten om een snee oud brood en dat met de dood moeten bekopen. Niet geveld door een roofdier, maar door bus 22.

En dan verdriet. Om de manier waarop wij druk-druk-drukke mensen ons als een stormram een weg banen, richting…richting wat eigenlijk? Ik hoor de bestuurder denken, zoals velen voor hem: ‘Als jullie niet opzij gaan, rij ik jullie plat’. Geen kwade wil, vermoed ik, meer een soort gevoel van onmacht. ‘Ik kan toch niet remmen voor elke gekke meeuw of duif?’

En dan dringt zich een beeld op van een kudde op hol geslagen olifanten. Zou een olifant een beetje opletten als hij over de savanne stampt? Zou hij compassie voelen voor de wezens die onder zijn poten verdwijnen? Kun je een olifant vergelijken met een busbestuurder? Onderscheiden wij ons niet van de dieren doordat we een keuze hebben? De keuze om vaart te minderen?

Ik kijk nog even naar de meeuw, blik naar links, rechts en nog eens naar links, loop naar het vermorzelde dier, pak de zak brood en gooi hem in een vuilnisbak. Boven mijn hoofd cirkelen schreeuwende meeuwen.

GFT-bouillon

Zelgemaakte groentebouillon van snijafvalGrappig genoeg heeft mijn motivatie om zelf groentebouillon te maken, weinig van doen met mijn passie voor koken. Ik raakte de afgelopen tijd simpelweg gefrustreerd door mijn falen om op verantwoorde wijze van mijn groenteresten af te komen. In Amsterdam (ik blijf erover zaniken) doet men niet aan GFT-afval en in mijn minuscule tuintje durf ik (nog?) geen compostbak neer te zetten. Dus belandt mijn GFT-afval in de vuilnisbak, waarna het wordt opgehaald en verbrand. Boe-hoe.

Mijn oplossing om toch het uiterste uit m’n groenten te halen, is het maken van bouillon. Ik verzamel snijafval in een oude plastic broodzak in m’n vriezer en als die vol is, gaat alles in een soeppan met hetzelfde volume aan water. Of iets meer, voor een lichtere bouillon. Flink wat zout en peper erbij, teentje knoflook, een paar laurierblaadjes en wat gedroogde kruiden, zoals salie, tijm of dragon. Eén tot twee uur zacht laten pruttelen met de deksel op de pan en vervolgens zeven. De bouillon blijft zeker een week goed in de koelkast, maar je kunt ‘m ook invriezen, bijvoorbeeld in een bakje voor ijsblokjes.

In principe kun je elke groente gebruiken, zelfs aardappelschillen, stronken en bladeren van bloemkool/broccoli en ga zo maar door. Een mooie mix van verschillende groenten levert de beste bouillon op. Ook groenten die al een beetje aan het verleppen zijn en niet meer geschikt zijn voor een maaltijd, kun je in de vriezer gooien om er later bouillon van te maken.

Bijkomend voordeel: de resten die je overhoudt, zijn door het slinken veel kleiner geworden dan het oorspronkelijke afval. En dat bespaart weer ruimte in je vuilnisbak!

Huidcellen en plastic

Plastic deeltjes uit een tube scrubcrème van Rituals

De plastic deeltjes uit een scrubcrème van Rituals, na filteren en drogen.

Rituals verkoopt cosmetica met fijne geuren en texturen. Verzorgingsproducten voor mensen die, ik citeer van de website, ‘kritisch zijn en de allerhoogste eisen stellen aan de zorg voor zichzelf, voor anderen en hun leefomgeving’. Ik vraag me af of die mensen weten dat ze samen met hun dode huidcellen ook minuscule deeltjes plastic in het doucheputje laten lopen. Plastic deeltjes die vervolgens in zee belanden en een ingrediënt worden van de plastic soep.

Stichting De Noordzee startte vorig jaar een campagne tegen het gebruik van plastic korreltjes in scrubcrèmes. Waar vroeger zout of silica (fijn zand) werd gebruikt, zitten veel scrubs tegenwoordig vol met versnipperd plastic. Hetzelfde materiaal waarvan plastic tasjes en petflessen worden gemaakt. Die deeltjes zijn zo klein dat ze niet door onze waterfilteringsystemen worden tegengehouden en dus regelrecht in zee belanden.

Plastic deeltjes in een scrubcrème van Rituals, hier gezien onder de microscoop

De plastic deeltjes onder de microscoop

In mijn badkamer ligt al geruime tijd een tube scrubcrème van Rituals, een cadeautje van deze of gene. ‘Een merk als Rituals doet daar niet aan’, dacht ik meer dan eens terwijl ik onder de douche stond. Maar afgelopen weekend wilde ik het zeker weten en checkte ik de lijst met foute producten op de website van Stichting De Noordzee. En ja hoor, meerdere huidproducten van Rituals bevatten plastic, waaronder die van mij.

Dat is vreemd, want Rituals vermeldt nadrukkelijk dat in mijn crème ‘ultrafijne Chinese bamboe’ zit die dode huidcellen ‘op een milde, intensieve manier’ verwijdert. Ik vroeg Rituals per mail om opheldering en vriendje J., die in een laboratorium werkt, besteedde zijn vrije zondag aan het ontleden van de scrubcrème. Ontelbare kleine deeltjes werden zichtbaar onder zijn microscoop. Wat na een behandeling met alcohol en aceton overbleef, was een fijn wit poeder, dat na verhitting overduidelijk rook naar…verbrand plastic.

En inderdaad, zo bevestigde Rituals gisteren per mail, ‘in de huidige Wai Wang body scrub zit naast bamboe ook nog polyethyleen’. Rituals houdt goedgelovige klanten dus voor dat ze hun huid reinigen met gemalen bamboe, terwijl ze in werkelijkheid scrubben met plastic. Pas na een onthullende publiekscampagne van Stichting De Noordzee besluit het merk dat scrubben ook kan met natuurlijke ingrediënten. De plastic deeltjes in de betreffende crème zullen in de loop van dit jaar worden vervangen door puimsteen, lees ik in de mail.

De moraal van dit verhaal: ga niet af op mooie praatjes alleen. Check labels, lees de kleine lettertjes, doe je research. En wees inventief. Voor een effectieve scrub hoef je niet naar de winkel. Scrubben gaat net zo goed met een handje grof zeezout, bruine suiker of koffieprut.

De Blipvert

De Blipvert, een recyclingstation dat compartimenten heeft voor batterijen, spaarlampen, cd's, inktcartridges, brillen, gehoortoestellen, mobiele telefoons en adaptersToen ik vanochtend op mijn werk werd geconfronteerd met het obligate ‘heb je nog iets leuks gedaan dit weekend’, twijfelde ik even. Zou ik me op de vlakte houden met een vaag, maar meestal afdoende ‘gewoon lekker wat gerommeld, en jij?’ of zou ik de waarheid vertellen? Dat ik naar Hoofddorp ben getreind, enkel en alleen om een paar kilo cd’s in een Blipvert te keilen.

Tot een paar dagen terug had ook ik nog nooit gehoord van de Blipvert, een recyclingstation dat naast de obligate batterijen en spaarlampen ook inktcartridges, brillen, gehoorapparaten en mobieltjes opeet. En cd’s dus, want daar ging het mij om. In de ongoing kruistocht mijn huis en mijn leven op te ruimen, bond ik vorige week de strijd aan met de stapels cd’s die stof stonden te vangen in mijn boekenkast.

Het merendeel kon linea recta naar de kringloop, maar waar ik mee bleef zitten, waren tientallen zelfgebrande schijfjes. Glimmende discs vol foute muziekcompilaties en back-ups van oude pc’s. Volgens de o zo handige Afvalscheidingswijzer van Milieucentraal (is er ook als app voor de iPhone!) moest ik de cd’s gewoon bij het restafval doen. De plastic doosje mochten niet bij het plastic afval, want die zijn ‘geen verpakking, maar onderdeel van het product’. Aha.

De Blipvert, een recyclingstation dat compartimenten heeft voor batterijen, spaarlampen, cd's, inktcartridges, brillen, gehoortoestellen, mobiele telefoons en adaptersNa enig gegoogel ontdekte ik dat er wel degelijk een bedrijf is dat cd’s en cd-hoesjes verwerkt. En dat bedrijf wees me op het bestaan van de Blipvert. In drie gemeentes, waaronder Haarlemmermeer, staan vele tientallen van deze apparaten al enkele jaren nuttig te wezen. In die gemeentes zijn inmiddels meer dan een miljoen batterijen, honderdduizenden cd’s en enkele duizenden mobieltjes opgehaald.

Lieve gemeente Amsterdam, ik weet dat recyclen niet echt jouw ding is, maar kom op, zet hier en daar alsjeblieft zo’n kekke Blipvert neer!